Buun 2018 is een zilveren Buun! Omdat Buun in februari 1993 begon als cultuurhistorisch kwartaalmagazine voor Venlo, Blerick en Tegelen, is dit niet het 25ste nummer. Wel de 25ste jaargang. En dat vieren we met een stijlvolle nieuwe vormgeving en een aantal zilver getinte verhalen en columns, te herkennen aan.
De naam Adri Gorissen moet hier even apart genoemd worden. Als medeoprichter van Buun is hij nog altijd een belangrijke pion binnen de redactie. Hij vormt de brug tussen redactie en
bestuur en komt elk jaar weer met opmerkelijke verhalen. Voor deze editie dook hij in het leven van kunstenaar Jean Laudy, mijmerde over ijsvogels en liet zijn fantasie de vrije loop
over de dag waarop Venlo stad werd.
De uitgebreide redactie – met een nieuwe hoofdredacteur op verzoek van de oude – heeft samen met een groeiend aantal gastschrijvers weer een mooie mix aan artikelen
aangeleverd. Actuele verhalen over de Vierpaardjes en de schietende Smeets zusjes worden afgewisseld met een epos over de familie Wiener en het legendarische bezoek van Boyzone
aan het Marianum. Wiel Vestjens wandelt als een toerist door zijn eigen Venlose verleden, de stad blijkt een ondergrondse wereld én een naamgenoot te hebben in North Dakota en
Lex Uiting appt uit de school over zijn geheime missie: een docu over de Venlose vastelaovend. Lees de literaire pareltjes van Daan Doesborgh en Isabel Kapteijn en boeiende portretten uit de kunst-, muziek- en filmwereld. En dat is nog niet alles.
Alle ideeën komen op tafel tijdens het eerste redactieoverleg op de dinsdag na vastelaovend. Daar viel ook haar naam weer: Chantal Janzen. Een jubileumnummer met Chantal op de cover, dat zou goud zijn! Samen met Huub Stapel, haar inspirator: briljant! Ôzzen Huub was met één appje geregeld, ôs Chantal niet. Op onze website www.buunvenlo.nl is te lezen hoe we op 17 juli 2017 uiteindelijk toch met Huub & Chantal aan tafel zaten. In deze Buun hun verhaal over een onvoorwaardelijke vriendschap. Plus gegarandeerd nog zo’n 25 uur lekker lezen over alles wat onze regio zo bijzonder maakt.
Namens redactie en bestuur
Lean Hodselmans, hoofdredacteur

Buun 2017 – Het moet toch een keer op zijn met al die mooie verhalen, zei laatst iemand. Ooit is alles verteld. Ik geloof daar niet in. Er liggen zoveel zaken verborgen. De omvang van deze Buun is mede te danken aan het feit dat er verhalen worden gevonden op plekken die niet in het oog springen. Onze redacteuren en gastschrijvers blinken juist daar in uit: voorbij het voor de hand liggende kijken.
Niet dat we actuele zaken overslaan, voor zover artikelen in een jaarboek actueel kúnnen zijn: het nieuwe stadskantoor, de vertrokken Vors Joeccius XI en de nieuwe Belfeldse hoofdredacteur van de Limburgse kranten, ze krijgen allemaal aandacht.Maar daarnaast leest u een prachtig portret van een sportvisser die u nog niet kende, hoort u de aangrijpende herinneringen van een Afghanistan-veteraan, krijgt u het mooie levensverhaal van regisseur Cees Rullens voorgeschoteld en nemen we u mee terug naar vergeten bijzondere etalages van de Venlose V&D. En zo zijn er nog tientallen andere artikelen, want ook dit jaar is Buun weer het dikste magazine van Venlo.
Of er volgend jaar weer een Buun komt, hangt voor een belangrijk deel af van u, de lezer. En van ondernemend en bestuurlijk Venlo: zij moeten Buun dragen, anders wordt het moeilijk. Het bestuur van de stichting achter Buun moet elk jaar weer vechten voor nieuwe sponsoren en voor het behoud van begunstigers die ons al steunen. Want hoewel het schrijfwerk, het redigeren en fotograferen allemaal vrijwilligerswerk betreft, brengt het opmaken, drukken en verspreiden kosten met zich mee. Veel kosten.
Wat wij, de redactie, kunnen bijdragen, is verhalen opduiken en ze zo goed mogelijk opschrijven. Zodat Buun een boekwerk wordt waar je mee kunt pronken. Waarmee je de rijkheid van het culturele en maatschappelijke leven in Groot-Venlo kunt tonen aan iemand die van ver komt. En waarmee je zelfs aan mensen van hier kunt laten zien dat er veel meer gebeurt dan die mensen doorgaans denken. Dát is de kracht van Buun.
O ja, en hij is natuurlijk gewoon erg fijn om lekker te lezen.
Namens redactie en bestuur
Frans Pollux, hoofdredacteur

Buun 2016 – Het lastige aan het maken van een cultuurhistorisch magazine dat maar eens per jaar verschijnt, is de vraag hoe actueel je kunt zijn. En wilt zijn. Dit boek zou halverwege 2016 net zo vers moeten ‘lezen’ als bij het verschijnen eind 2015; Buun is immers bedoeld voor maanden leesplezier. Tegelijkertijd wil je bovenop het culturele tijdsgewricht zitten. En dat dan weer zonder oppervlakkig te worden. Dus aandacht voor de Neue Welle Venlose dialectbandjes, maar ook voor het langzaam rijpende megatalent Baer Traa, op wiens onvermijdelijke golf we al jaren wachten. We wilden, ondanks dat hij dit jaar over aandacht niet te klagen heeft, een verhaal met Sef Thissen maken. Daar kiest de redactie dan wel voor een tijdloze aanpak: we duiken met Thissen de diepte in van de liederencyclus Dichterliebe. Meer actualiteit: Frank Vaessen, de man achter de plannen op het Kazerneterrein, komt voor het eerst langer aan het woord. En de jonge creatieve ondernemers van Mujjo en reclamemaker Tim Arts zinspelen op een grote toekomst.
Onze blik is breed: muziek, sport, economie, kunst, literatuur, toneel – het krijgt allemaal een plek op de buun die dit magazine wil zijn. En zoals altijd veel geschiedenis: van Romeins Tegelen tot het bezoek van de Blue Diamonds aan Vroom & Dreesmann in Venlo.
Het podium dat we bieden is nog groter dankzij onze nieuwe website. Mooi vormgegeven, net als deze gedrukte versie, maar vooral een mogelijkheid om ons complete archief te ontsluiten. Dat gebeurt geleidelijk – Buun wordt gemaakt door vrijwilligers. Op termijn zal www.buunvenlo.nl de schatkamer voor cultuurhistorische informatie over de regio zijn.
We zijn dankbaar voor al het werk van onze gastschrijvers. Dat u dit überhaupt leest was onvoorstelbaar zonder de daadkracht van het bestuur van de stichting die dit boekwerk uitgeeft. Subsidies lijken tegenwoordig alleen nog te bestaan voor grote multinationals en jonge, hippe start-ups. In de culturele sector moet je het geld met hard werken bij elkaar schrapen. Daar is ons bestuur in geslaagd. Voorzitter Jan Kessels:
‘Buun is er weer, mede dankzij de sponsoren. Voor het voortbestaan zijn zij van cruciaal belang. Het is ieder jaar weer spannend of we het benodigde bedrag bij elkaar kunnen sprokkelen. Het sponsorbeleid heeft prioriteit gekregen, met nog meer nadruk op structuur en aandacht. Dit jaar hebben 26 bedrijven hun naam verbonden aan Buun. Sommigen doen dit al jaren, hetgeen betekent dat het product Buun prima aansluit bij hun gedachtegoed. Ook de nieuwe bedrijven die we hebben mogen verwelkomen, erkennen het belang van Buun voor de Venlose samenleving. Daar zijn we trots op!’
Er zijn nog steeds Venlonaren die Buun niet kennen. Daar proberen wij wat aan te veranderen, maar de sleutel ligt eigenlijk bij u, koper en lezer van Buun. Help ons en verspreid de mooie boodschap: Buun is het lezen waard. Zeker deze.

Frans Pollux, hoofdredacteur

Buun 2015 – Laat eens even in een paar tellen alle bladzijden voorbij je duim ritsen. Voel je de wind? Nooit eerder blies Buun zo hard. Nooit eerder moest je duim zo hard werken om al die Venlose verhalen aan je neus voorbij te laten schieten. Want nooit eerder was dit magazine zo dik. Dat heeft een reden.
Toen Rob Lücker in oktober een Gouden Kalf won, vond de redactie dat het levensverhaal van deze bijzondere Tegelse filmer een plek in ons jaarboek verdiende. Maar ja, dat boek zat al bomvol. In allerijl is er een manier gezocht om meer pagina’s dan gepland te laten drukken. Dat vergt toestemming van het bestuur van de stichting die Buun uitgeeft. Meer bladzijden betekent meer papier, meer inkt en dus hogere kosten. En het is al niet eenvoudig om in deze tijd geldschieters enthousiast te maken. Maar het Gouden Kalf bracht werelden in beweging. Met als resultaat een wederom prachtig vormgegeven boekwerk dat met recht het dikste magazine van Venlo genoemd mag worden. Een jaar leesplezier is gegarandeerd.
Dat is natuurlijk evenveel aan ieder ander verhaal te danken. Via boeiende mensen komen de grote gebeurtenissen aan bod: Abdelkader Benali schrijft over de Venloop, een Marokkaanse Jezus filosofeert over de Passiespelen, de voorzitter van het Zomerparkfeest zoekt naar eeuwenoude roots en dj Sam O Neall staat symbool voor de beats die de nieuwe poptempel Grenswerk voortstuwen. Ook in dit boek: Sjraar Peetjens, Bo Saris, Neutjesrang en Decennium. Voor de honger bijten we in een versgebakken Venloos frietei. We volgen de bizarre levensloop van Jeroen Boere, ooit spits van VVV-Venlo. En we stellen ons vragen: komt Frenkie P. in 2015 vrij? Hoe zien toparchitecten de toekomst van Venlo? En wie is die Tegelenaar die een boek van de beroemde Franse schrijfster Françoise Sagan plagieerde?
Daarna graven we in heilige grond in Lomm en wandelen we van Arcen naar Belfeld langs de Duitse grens. En als we dan ons kraampje op de Venlose weekmarkt afgebroken hebben, brengt oorlogshistoricus Gerrit van der Vorst ons van de wijs met een confronterend want eerlijk autobiografisch verhaal.
Popmuziek, architectuur, geschiedenis, dans, humor, sport, kunst, poëzie, natuur, toneel, vastelaovend en alles wat in de voegen daartussen groeit: er valt zoveel te vertellen over de mensen in onze regio. Het is fijn dat er elk jaar weer Buunmensen te vinden zijn die er belangeloos over schrijven. En Buunmensen die daar vervolgens aan schaven. En het is fijn dat er Peter de Rondes zijn om schitterende foto’s te maken, en Hélène Hermansen die al dat moois vormgeven. Een bestuur, sponsoren die het betalen. En last but not least: zoveel geïnteresseerde lezers.
Lees, en vertel het verder aan iedereen die het nog niet weet.

Frans Pollux hoofdredacteur
Lean Hodselmans, Marc van de Ven, Thijs Lenssen redactie

Buun 2014 – Het was dringen geblazen, deze editie. Zoveel schrijvers met zoveel mooie ideeën voor een artikel. En natuurlijk kwamen veel stukken pas tegen – en zelfs na – de deadline binnen. Dankzij het keiharde werk van fotograaf Peter de Ronde en onze vaste hoofdontwerper hebben alle teksten toch de prachtige plaats gekregen die ze verdienen. In een boek dat meer dan ooit de aandacht op zich zal vestigen, op de eerste plaats dankzij de spraakmakende inhoud, maar zeker ook dankzij de nieuwe cover. Voor vaste Buunlezers zal die even wennen zijn. We zijn er echter van overtuigd dat ons nieuwe porem mensen buiten onze vaste lezerskring beter aanspreekt. Want de Buun is nog teveel een schat gebleken. Een schat vol moois voor bekenden, maar onvindbaar voor nieuwelingen.
Wie voor het eerst een Buun vasthoudt, moet weten dat hij goud in handen heeft. En al die mensen die geïnteresseerd zijn in hun directe omgeving, in de voetbalclub van Venlo, de cultuur van Steyl, de kunstbodem in Tegelen, de muziek uit Belfeld, de geschiedenis van Velden of literatuur uit Grubbenvorst, die moeten weten dat de Buun dáárover gaat. Over onze streek en wat die streek ten diepste beweegt. Het zijn lange artikelen, je moet er de tijd voor nemen, maar daar krijg je dan ook wat voor terug: inzicht en inspiratie.
Maar ja, wie vertel ik het? U heeft de Buun al in handen. Dankzij al die medewerkers die zich belangeloos hebben ingezet. Dankzij een daadkrachtig stichtingsbestuur dat in tijden van economische tegenwind er toch in geslaagd is genoeg gulle gevers te vinden als basis voor dit boekwerk. En dus ook dankzij die gevers. Maar vooral dankzij uzelf en onze vaste schare lezers, op wie wij dit jaar meer dan anders een beroep doen om het geheim van deze schat te verklappen. Vertel het door. Geef de Buun cadeau. Er staan schoenen in november, bomen in december en er zijn zóveel verjaardagen in een jaar dat we allemaal kansen genoeg krijgen om het Buunwoord te verspreiden.
Het dikste magazine van Venlo mag gezien worden. Dat bewijzen de volgende honderden bladzijdes, waar u een jaar zoet mee zult zijn.
Zegt het voort,

Frans Pollux en Ruud Stikkelbroeck

Buun 14 (2013) – Vroeger, toen alles nog onveranderlijk en zeker leek, was ‘cultuurbarbaar’ een scheldwoord. Het zei iets over je gebrek aan interesse voor zaken die het leven de moeite waard maken, en dus eigenlijk over je onverschilligheid voor het leven zelf. Maar onverschilligheid groeide uit tot een gewaardeerde levenshouding, tot een schild dat je beschermde tegen stijlloos en opgefokt cynisme. Cultuurbarbaar werd van een geuzennaam uiteindelijk zelfs een complimentje. Scheldwoorden, dat waren voortaan termen als ‘kunstenaar’, ‘museumbezoeker’ en ‘theaterliefhebber’. Je zou je haast schamen om met een Buun op straat gezien te worden.
Maar blader eens: de mist trekt weg. De hoogtijdagen van afgunst en ressentiment lijken voorbij. Het spek is van de ribben, de scherpe kantjes zijn eraf, iedereen heeft zijn hart kunnen luchten en de culturele wereld gaat – met nauwelijks nog subsidie en misschien wat minder aanzien – gepassioneerd verder. Want passie was en blijft de drijfveer voor iedereen die iets maakt vanuit het niets. Elke schrijver, elke musicus, beeldhouwer, schilder en danser wordt voortgestuwd door de ontembare drang om te creëren, ook al komt die drang bij elke maker uit een andere kelk. De kelk is ook te vinden in de lijven van sporters. Van professionals en amateurs, van getalenteerde kanovaarders tot een vergeten wielrenner die rapper was dan de trein. En als die kelk ooit leeg raakt, is er tijd en rust om terug te kijken. Om te overpeinzen.
Zoals altijd vormen dit soort terugblikken een solide basis onder Buun; de geschiedenis van stad, streek en inwoners. Want wie zich rekenschap geeft van het verleden, krijgt grip op de weerbarstige werkelijkheid van vandaag. Een werkelijkheid, die zelf ook aan bod komt: van daklozen, migranten en de dood.
En zo, met kunst, sport, geschiedenis en verhalen over onze samenleving, vangt deze Buun het afgelopen jaar op papier. Het is een jaarboek vol overpeinzingen en passie. Dat klinkt als een reclamepraatje, maar u zult in deze Buun lezen dat ook reclamepraatjes uit een boeiende kelk voortkomen.
Tja. Iets te vaak dat woord, kelk. Kunnen kelken op zichzelf überhaupt boeiend zijn? Kijk – dit soort discussies voerde de redactie over elk artikel. Als hoofdredactie zijn wij in de positie om de redacteuren te bedanken, maar dat schetst een scheef beeld. Want het waren die tekstredacteuren, Thijs en Marc, die deze Buun vorm gaven. Ze waren er altijd en lazen alles, met Adri, Guus en Ruud als wijs adviseur. Het team van schrijvers, eveneens onbetaald en ongeprezen, kunnen we niet genoeg bedanken: zij zijn Buun. Dat geldt ook de makers van het beeld, die vorm en inhoud met
verve verenigen: fotograaf Peter en vormgever Hélène, geassisteerd door Frank. Een sterke sponsor draagt dit boekwerk.
Als nieuwe hoofdredactie kwamen we in een gespreid bedje. Ook zonder hoofdredacteur was deze Buun er gekomen. Omdat alle medewerkers een kelk hebben die overstroomt van passie voor deze regio en alles wat de mensen daarbinnen bezighoudt. Drink hem leeg en laat hem smaken. Proost!

Frans Pollux & Ruud Stikkelbroeck

Buun 13 (2012) – Buun is een stip op de wereldkaart van publicaties. Er strijken veel bijzondere mensen neer, steeds opnieuw. Allemaal uit Venlo en omgeving. Zo’n vijf jaar ben ik hoofdredacteur geweest. Nu stop ik, het is tijd. Het was een diep genoegen met mensen van zo’n verschillend pluimage en deze kwaliteit van werk. Als hoofdredacteur begon ik toen een oergeneratie van redacteuren vertrok, daaronder Koen Eykhout en Tilly Eykhout-Deneer. Onderschat nooit de diepte van wat Koen niet zegt. Onderschat nooit wat bij Tilly staat geschreven, in haar verhalen.
Na het vertrek hielden we met enkelen de Buun overeind; daaronder Thijs Lenssen als mijn belangrijkste steun. Binnen de redactie hebben we een Brachterbos-lijst. Het zijn nog-niet-geschreven verhalen. De lijst is genoemd naar het gelijknamige bos, waar kort na de oorlog een flinke brand woedde. Het verhaal daarover – van Thijs – bestaat nog steeds uit blanco papier. Niemand worstelt zo stijlvol met zichzelf als hij.
Op een zeker moment liet fotograaf Jacques Peeters weten dat hij er mee ophield; plichtsgetrouw als hij is, had hij al een ver vanger klaar staan: Peter de Ronde. Het is een eer als zulke zwaargewichten jacht maken op een beeld om te zeggen wat jij eigenlijk had willen schrijven.
Daarna haalden we de jonge honden, Johan Hauser, Annemarie Staaks en Guus Benders, binnen. Die vernieuwing brachten, ook van geest. Met soms flinke discussies. En extra journalistieke kwaliteit. Sacha Odenhoven zag het aan, glimlachend, en leverde ondertussen als een stille kracht haar verhalen.
Zij verdwenen weer naar de achtergrond. En toen kwam Frans Pollux. Dit jaar. Tijdens vergaderingen leverde hij, turend op z’n iPhone, drie grote verhalen van eigen hand en een kleine batterij nieuwe schrijvers. Een nieuwe fase is aangebroken, met gloed aan de horizon.
Zonder Frans waarschijnlijk geen nieuwe Buun. Maar – en dit is ernst – dat geldt voor elke redacteur in de afgelopen jaren. Het was soms moeilijk, geloof me. Oprichter Adri Gorissen vertrok, maar is min of meer terug omdat je kennelijk niet loskomt van wat je begint. En zonder Pascalle Mansvelders was ons verslag van beeldende kunst een fletse bedoening geweest; zij is er vanaf de vroegste tijden bij met haar uitzonderlijke stijl. Of neem Marc van de Ven, zonder hem als nieuwe spil van de redactie dit jaar had onze organisatorische chaos ons geheid en definitief om zeep geholpen.
Zonder hoofdontwerper Hélène Hermans, geassisteerd door Frank Backhuijs, hadden onze lezers nu een stapel kopietjes in handen gehad. En dat is geen Buun; die kan alleen bestaan dankzij deze brille van lay-out. En dan heb ik het nog niet gehad over al die andere mensen, die op afstand, buiten de redactie, hun verhalen leveren. Het is een wonderbaarlijke energie die zich steeds verzamelt op die ene stip. Geef er aandacht aan, lezer, want op deze wijze gebeurt het niet vaak op die wereldkaart van publicaties.

Hartelijks,
Ruud Linssen

Buun 12 (2011) – Deze zomer las ik in de Volkskrant een lovende recensie van de debuutroman van Frans Pollux. Wat me trof was het motief van het boek: Pollux doet een aanval op de vrije markt. Ik moest denken aan die andere Venlonaar, Mark Verheijen. Een van de machtigste liberalen in het land, hij bewaakt juist die vrije markt.
In een flits zag ik ze tegenover staan: Verheijen en Pollux. En van daaruit dacht ik aan Venlo: verdomd, die stad is misschien wel de draaischijf van het land. Voor het moment althans. Een plaats waar alles van een tijd samenkomt. Venlo als vertrekpunt om het verhaal van Nederland anno nu te vertellen.
Ja, er is met deze stad iets bijzonders aan de hand. Wat precies weet ik niet, maar wees gerust: Buun is er bij. Nauwgezet volgen we wat er gebeurt. Wie over vijftig jaar de Buuns uit het begin van de 21ste eeuw leest, leert over een bijzondere fase in de geschiedenis van de stad.
Pollux werd eerder al belicht in een portret (hij behoort nu tot de redactie). In de nieuwe editie komt Verheijen uitgebreid aan bod in een verhaal over een nieuwe generatie die snel invloed verwerft in de stad.
Ook in ruimtelijke zin verschuiven de panelen van Venlo. Zie de Maasboulevard. Ter gelegenheid van de opening van de Maasboulevard brachten we, vooruitlopend op dit jaarboek, onlangs een mini-Buun uit. Met verhalen over de Maas en geïllustreerd door onze vaste fotograaf Peter de Ronde. In deze Buun komt de Maasboulevard opnieuw aan bod, via beelden van kunstenaar John Smets. Jaren achter elkaar stond hij met zijn camera aan de bouwplaats. Het leverde duizenden foto’s op van een stad in beweging. Wij vonden het zo bijzonder, dat we hier een selectie laten zien.
Fotografie krijgt in de hele Buun bijzonder veel ruimte, waarmee we voor het eerst een fullcolourdruk echt uitbuiten. Zo is een serie, verspreid over het jaarboek, gewijd aan de nieuwe voortuin van Venlo. Over verschuivingen gesproken: met de gemeente Arcen en Velden heeft Venlo nu meer evenwicht tussen stedelijke en pastorale landschappen. Daarom ter introductie van Arcen en Velden aan de andere inwoners: de mooiste opnamen van het gebied – in samenwerking met Stichting het Limburgs Landschap – door fotograaf Jacques Peeters.
En dan Q4, een wijk waar veel over te doen is. Midden in de stad, broeiend van activiteit, op weg naar iets nieuws. Peter Beeker maakte het van binnenuit mee, als bewoner. Hij schreef een portret over Q4.
In deze Buun ook aandacht voor de man met een cruciale rol bij de uiterlijke stadsveranderingen: Arnold van Hoof, directeur van Woningstichting Venlo-Blerick. Een uitgebreid interview toont dat Venlo-Noord hem misschien wel het meest raakt.
Bij zijn afscheid als directeur danken we hem voor het vertrouwen. De woningstichting is al jaren onze hoofdsponsor. Als ik hem goed heb begrepen in de vele gesprekken, dan is de cultuur beslissend voor een stad. Mijn antwoord namens Buun: we doen ons best.

Ruud Linssen
Hoofdredacteur Buun
oktober 2010

Zoals alles aan Buun 11 (2010) nieuw is voor u als lezer, zo is het voor ons een afsluiting na een niet te onderschatten weg. Vanaf de redactievergadering waar de eerste onderwerpen ter tafel komen tot en met de laatste punt in dit voorwoord.
Na vele discussies over de inhoud zijn redacteuren en andere schrijvers eropuit getrokken om hun informatie te verzamelen. Veelal achterna gereisd door onze nieuwe fotograaf Peter de Ronde en ‘oudgediende’ Jacques Peeters, die pas tevreden zijn als ze het beste beeld hebben geschoten.
Redacteur Johan Hauser werkte vanaf begin dit jaar aan de geschiedenis van de Venlose krakersbeweging in de jaren tachtig. Hij deed literatuuronderzoek, sprak met vele sleutelfiguren en zette zich aan het schrijven: indikken, uitbreiden en weer indikken. Met als uiteindelijk resultaat: bijzondere geschiedschrijving over een beweging die indertijd nauwelijks serieuze aandacht in de krant kreeg. Zo sprak ook redacteur Thijs Lenssen – over een kortere periode – met diverse mensen. Ter wille van een antwoord op de vraag: ‘Wat is die jubilerende Maaspoort in het hart van de stad nu eigenlijk voor een theater?’
De verhalen over de eigenaren van Leolux meubelen zijn weliswaar kort en bondig, het fundament bestond uit zeven persoonlijke gesprekken. Zoals schrijver Govert Derix een diepgaand gesprek voerde met zichzelf. Voor een helder beeld van zijn vader, Jan Derix, die een van de belangrijkste journalisten voor deze regio was. Theo Vincken is de laatste verslaggever van die bijzondere krantenredactie uit de jaren vijftig. Vincken groef in zijn geheugen naar elk detail van die historische wedstrijd waarin VVV de KNVB-beker won. Zijn verhaal is een schitterend staaltje van vertelkunst.
Guus Benders en Annemarie Staaks reisden afzonderlijk van elkaar naar de hoofdstad. Om het wezen van respectievelijk reclamemaker en filmer Jim Taihuttu en ontwerper Maikel Bongaerts bloot te leggen. Sacha Odenhoven permitteerde zich twee lange artikelen: over het befaamde maar nooit uitvoerig geportretteerde glasatelier Flos en over kunstenaar Maurice Thomassen. Onze nieuwe cartoonist Giel Derks werkte tijdens zijn vakantie in Italië aan een kleurrijk commentaar op de fusie tussen de gemeenten Venlo en Arcen en Velden.
Dit alles is nog maar een fractie van het werk dat nodig was om tot dit beginpunt voor u als lezer te komen. Na een gesprek van enkele uren met kunstfotograaf Lilith realiseerde interviewer Ruud Linssen zich bij thuiskomst dat het niet genoeg was. Voor de openstaande vragen ging hij terug. Zoals wethouder Peter Freij door hem en Edmond Staal wel drie keer aan de tand is gevoeld. De Venlose politicus was misschien nooit eerder zo openhartig en kwetsbaar als in zijn afscheidsinterview. Pascalle Mansvelders schreef de eerste twee woorden ‘Hoi Maria’ van haar prachtige – tot op het bot pijnlijk eerlijke – verhaal in de zomer van 2008; pas een jaar later was het naar eigen tevredenheid afgerond.
Dat is onze trots: geen enkel verhaal in de Buun is een eerste versie. Ook gastschrijvers blijven na opmerkingen vanuit de redactie schaven aan hun verhalen. Tot het laatste moment circuleren versies per mail. Daarna gaan de vormgevers, Hélène Hermans en Frank Backhuijs, aan de slag, in een race tegen de klok van de drukker.
Het is, kortom, een lange weg die leidt naar het einddoel: het moment van dit boek in uw handen.

De redactie

Licht en donker wisselen elkaar in Buun 10 (2009) af. Zoals in het leven zelf.
We moeten misschien tot het donkerste punt van de Tweede Wereldoorlog afdalen om die tijd echt te begrijpen. Lees alleen daarom al een van de belangrijkste verhalen uit het bestaan van de Buun: over de ondergang van twee Joodse kinderen. Hier in deze regio. Met diepgravend onderzoek reconstrueerde Gerrit van der Vorst een ruim zestig jaar oude geschiedenis. Van Annie Koekoek en Mary Winnik, die een nieuw gezicht geven aan het verdriet en verlies uit die onvoorstelbare jaren. Annie siert met haar zusjes en broer de cover van deze Buun.
Als in het leven zelf staat het licht er omheen. Het mooie: muziek, literatuur, cultuur, mode en sport. Voorbeelden? Lees het volmaaktste interview ooit met Mikan Jovanovic, geliefd VVV-voetballer uit de jaren zeventig. Geschreven door een van onze beste dagbladjournalisten, Theo Vincken. Niet minder uitmuntend is literatuurrecensent Koen Eykhout die voor het eerst vertelt hoe hij de republiek der letteren betrad. Ook twee stadsdichters van Venlo komen aan het woord, de allereerste, Emma Crebolder, en de meest recente, Daan Doesborgh. Luister naar hun passies, zoals ook naar die van het Steyler pottenbakkersechtpaar Niek Hoogland en Pim van Huisseling.
Licht en donker wisselen elkaar soms af in één en hetzelfde artikel. Lees het fraaie portret van Theu Boermans, die deed wat zijn vader, Venlo’s bekendste liedjesschrijver Frans Boermans, niet lukte: het geluk elders zoeken. En vergeet niet het portret van dat andere wonderkind van de stad: Frans Pollux, een zoeker van de jongste generatie. Of oud-Blerickenaar Hans Flupsen, geëngageerd televisiemaker in Hilversum en vanaf nu een bekende Limburger.
Licht en donker komen ook van ver in deze Buun samen: via een ontwikkelingswerker in Afrika, een verzamelaar van exotische muziek, en de Schmetterlingenbroeder van Steyl, die het mooiste van ver weg in een lokaal museum bijeenbracht.
Zelfs als we een ‘zwaar’ onderwerp als de ruimtelijke ontwikkeling van Venlo aansnijden, laten we niet na om daar ‘luchtige’ stukjes tegenover te plaatsen: de regio bezien en beleefd vanuit Google Earth. Maar de Buun blijft aards, zoals het leven zelf, met tal van andere, soms zeer persoonlijke, maar altijd veelzeggende verhalen.

De redactie

Buun 2008 – De Buun is een soort foto van de stad. Een momentopname, een overzicht, gevangen en gebundeld door de redactie. Deze Buun is dus ook anders dan de Buun van vorig jaar, al is het maar omdat Venlo veranderd is in de afgelopen 365 dagen. Van een stad worden plakjes afgeschaafd, om ze ergens anders weer neer te leggen. De dingen bewegen.
Nieuwe mensen, initiatieven of panden vervangen de oude. En dus vervliegt er veel door de jaren heen. Winkels bijvoorbeeld, in de binnenstad. Kleine zelfstandigen die hun hoofd niet meer boven water konden houden, of geen opvolger hadden. Gelukkig zijn er nog een paar over. Winkels die vaak al meer dan vijftig jaar bestaan. Het zijn juist de authentieke winkels die een stad kleur en karakter geven, een stad onderscheiden van andere steden. We hebben er tien verzameld. U kent ze allemaal.
Er komt ook weer een aantal bekende gezichten voorbij. Jeu Sprengers, Boris, Paul Vaes, (oud-)medewerkers van Omroep Venlo. Artikelen over de Boekenbeurs, het toekomstig Floriadeterrein en de Kiebitzer Boys schijnen hopelijk nieuw licht op vertrouwde dingen.
Jammer genoeg vielen er het afgelopen jaar ook mensen weg: de componist en dirigent Gerard Franck, en de schrijfster Mariet Verbong. In Buun 2008 staan mooie portretten.
Een stad heeft helaas (alhoewel, misschien hoort het er wel gewoon bij) ook minder mooie plekken. U kent ze ongetwijfeld. U stuurde ze zelf in, Jacques Peeters maakte er foto’s van. Ze zijn gebundeld in een prachtige fotoreportage. Wie weet zet deze hier en daar wat in gang en is de momentopname die we hebben gemaakt, volgend jaar weer achterhaald. Zoals het hoort. De dingen bewegen, gelukkig.

De redactie

Buun 2007 is een bijzondere editie. Waarom bijzonder? Het is niet onze eigen verdienste, althans niet op de eerste plaats, en daardoor eenvoudiger om hier op te schrijven.
Het is vooral te danken aan ons hoofdonderwerp: Venlo. De stad is in een vloed van ontwikkelingen terechtgekomen. Veelbelovende ontwikkelingen, maar de toekomst is nog ongewis. Venlo staat – zo is de overtuiging van de redactie – op een kruispunt. Aan de ene zijde ligt de aloude weg van de gezellige provinciestad, aan de andere zijde de nieuwe weg, naar een stad van de wereld. Zo simpel als deze metafoor is het natuurlijk niet, maar het biedt wel duidelijkheid. Het gaat om een cultuuromslag van ‘lol en plezeer’ naar ‘bravoure en dynamiek’. Daarom dat extra woord hierboven.
De volgende reden is dat we er in geslaagd zijn dit momentum te vertalen in journalistiek. Zie bijvoorbeeld de diepgaande interviews met Rick Vercauteren, directeur van Van Bommel van Dam en Marcel ‘t Sas, directeur van Theater de Maaspoort: nieuwe culturele roergangers die voorop gaan in de veranderingen. Of het interview met de architect Jo Coenen die met de Maasboulevard een nieuw gezicht geeft aan het centrum van de stad. Of lees het artikel waarin deze vele culturele ontwikkelingen als een panorama worden geschetst.
Venlo is een stad in beweging. Kijk alleen al naar de vele scholen die op dit moment drastisch verbouwd worden. Fotograaf Jacques Peeters legde de laatste momenten vast van gebouwen waar velen hun jeugd hebben doorgebracht. We hebben een aantal mensen gevraagd om hun herinneringen hieraan op te schrijven; ze staan verspreid door dit jaarboek.
Deze Buun toont een mooie dwarsdoorsnede van wat onze regio anno 2006-2007 te bieden heeft. Tegelijkertijd vergeten we niet waar we vandaan komen, waar onze oorsprong zich bevindt: de geschiedenis. Met verhalen die vastleggen wat is geweest, om beter te begrijpen waar we nu staan. Het mooiste voorbeeld is het artikel van Jacq Grubben, die een levendig portret schreef van zijn jeugd aan de Blerickse kant van de Maas. Het leven van tieners vele decennia terug in de tijd blijft nu voorgoed bewaard tussen de kaften van deze editie. Zo ook het conflict begin vorige eeuw rond de architect Berlage; het doet in veel denken aan de huidige strijd rond bouwmeester Coenen, waarmee we terug zijn bij het begin.
Dit en veel meer is opgenomen in de Buun, die wij dus als bijzonder kwalificeren. Dat laatste doen we ook omdat we geen zin meer hebben in die eeuwige bescheidenheid waar deze regio van oudsher zo bekend om staat. We willen een beetje voordoen, hoe het ook gezegd kan worden. Met zichtbare trots, zonder overdrijving.
Sinds 1993 bericht het tijdschrift over de cultuur en de geschiedenis van Venlo en omgeving. Redacteuren kwamen en gingen, maar lange tijd was er een harde kern, gevormd door hoofdredacteur Adri Gorissen, Koen Eijckhout en Tilly Eijckhout-Deneer. Begin dit jaar besloten ze alle drie om te stoppen. Dat gebeurde om persoonlijke redenen. Alle drie zijn ze van grote waarde geweest voor de Buun. Ze hebben niet alleen het fundament gelegd, maar vervolgens ook het huis er op gezet, heel gestaag over een periode van vijftien jaar. Het niveau dat we hebben bereikt, was ondenkbaar geweest zonder hen. Vanaf deze plaats een woord van dank.

De redactie

Buun 2006 – Mensen staan steeds centraal in de jaarboeken die we uitbrengen. In de vorm van interviews, portretten en biografische artikelen schotelen we u steeds een flink aantal bijzondere, boeiende en interessante mensen uit Venlo, Blerick, Tegelen en omgeving voor. Schrijvers, kunstenaars, musici, voetballers en toneelspelers, maar ook gewone mensen die op een of andere manier van zich (hebben) doen spreken.
Het is een mooie editie die we graag in stand houden. Daarom in Buun 2006 interviews met huisarts en Passiespel-voorzitter Wim Beurskens, boekenvormgever Erik Prinsen, kunstenaar Mathieu Knippenbergh, schrijfster Marie-Thérèse Schins, NRC-columnist Frits Abrahams, fotograaf Franco Gori en oud-voetballer Harrie Heijnen. Bovendien portretten van kunstenaar en Passiespel-hoofdrolspeler Ferd Verstraelen en kunstenaar Will Eggen.
Nu we het toch over traditie hebben. Vorig jaar kwam gelijk met het jaarboek een kunstmap uit, de Buun Suite 1. Het uitbrengen van zo’n kunstmap wordt wat ons betreft ook een traditie, vandaar dat we u dit jaar de Buun Suite 2 aanbieden, met daarin werk van Mathieu Knippenbergh, Jan van Soest, Hélène Hermans en Marie-Thérèse Schins.
Opnieuw een bijzondere map, die weer fraai de artikelen begeleidt die in het jaarboek over deze kunstenaars staan of hebben gestaan. Jaarboek en map vormen zo voor ons een eenheid. Hopelijk voor u ook.

De redactie

Wanneer we even stilstaan bij het uitbrengen van het jaarboek Buun 2005 – het zesde alweer – dan zijn er twee bijzonderheden te melden.
De eerste bijzonderheid is dat Buun 2005 het allerdikste jaarboek tot nog toe is. Liefst 288 pagina’s telt deze nieuwe uitgave, terwijl het oude record op 224 bladzijdes stond. Voor die 64 pagina’s extra betaalt u echter geen cent meer, de prijs in de losse verkoop blijft gewoon gehandhaafd op 15 euro. Degenen voor wie dat een rotzorg is, met andere woorden degenen die het om de inhoud gaat, kunnen gerust zijn. Buun 2005 bevat weer de vertrouwde mix aan onderwerpen, van architectuur tot literatuur, van muziek tot sport en van geschiedenis tot beeldende kunst.
Een zwaartepunt in dit jaarboek vormen artikelen over gebeurtenissen in de Tweede Wereldoorlog. Het is in 2005 immers zestig jaar geleden dat die oorlog eindigde. De periode 1940-1945 wordt op diverse manieren belicht. Door het publiceren van herinneringen van heel gewone mensen aan de manier waarop zij die oorlog doorkwamen en door het beschrijven van opmerkelijke gebeurtenissen en facetten uit die tragische jaren. Samen vormen die artikelen een geheel eigen bijdrage aan de geschiedschrijving van Venlo en omgeving in die periode.
Een tweede bijzonderheid is dat het jaarboek Buun voortaan tegelijk wordt uitgebracht met een kunstmap. In die map – de Buun Suite genaamd – zit werk van kunstenaars die in het jaarboek worden belicht of die er hun werk in tonen. Op die manier krijgt dat werk extra aandacht en kunnen wij bovendien de lezer van het jaarboek in de gelegenheid stellen om goedkoop werken van regionale kunstenaars aan te schaffen. Meer over dit unieke project leest u op de eerste bladzijdes van het jaarboek.

De redactie

Buun 2004 – Het gaat goed met de Buun. Met die woorden zijn we al eens eerder een voorwoord begonnen, maar dit jaar hebben we meer reden dan ooit om het te constateren. Want niet alleen neemt de belangstelling voor het jaarboek nog steeds toe – van de vorige uitgave waren de meeste van de achthonderd exemplaren binnen twee maanden weg – ook de waardering stijgt.
De belangrijkste getuigenis van dat laatste is wel het winnen van de Jules Kayser-prijs 2003, de prijs die de gemeente Venlo om de twee jaar toekent aan personen, instellingen of organisaties die zich verdienstelijk hebben gemaakt op het terrein van de monumentenzorg. De Buun kreeg die prijs vanwege de inmiddels al tientallen publicaties in kwartaalblad en jaarboek over monumenten en architectuur in de gemeente Venlo.
Een waardering die trots maakt. Maar die tevens een plicht is. Ook in de toekomst moet waar worden gemaakt dat we die prijs hebben verdiend. Uiteraard gaan we er alles aan doen om dat te bewijzen. Meteen al in dit nieuwe jaarboek dat voor u ligt. Daarin staat bijvoorbeeld een eerste artikel in een reeks verhalen over de uitkomsten van bouwhistorisch onderzoek in de Venlose binnenstad – ditmaal over panden aan de Klaasstraat en de Parade. En architect Geer Selen publiceert in Buun 2004 de resultaten van zijn onderzoek naar het werk van zijn collega Ben Hendrix, die zoveel betekende voor de wederopbouw van Venlo na de oorlog.
We beperken ons natuurlijk niet tot monumenten en architectuur. Buun 2004 bevat weer de vertrouwde mix aan onderwerpen – van muziek tot literatuur, van geschiedenis tot glaskunst en van fotografie tot beeldende kunst. Want ook op andere gebieden willen we prijzen winnen!

De redactie

Buun 2003 – Wanneer iemand ons een decennium geleden zou hebben gezegd dat we het als redactie en bestuur van de stichting die de Buun uitgeeft tien jaar zouden volhouden, dan hadden we het waarschijnlijk niet geloofd. We begonnen toen immers aan een ongewis avontuur en zouden met enkele jaargangen al tevreden zijn geweest. En er waren sceptici genoeg die ons fijntjes lieten weten dat er eerder soortgelijke initiatieven waren, die óf niet echt van de grond kwamen óf maar even standhielden.
De kiem voor de Buun werd meer dan elf jaar geleden gelegd. In de koffiekamer van het Venlose gemeentearchief zaten enkele amateur-historici en hobbyschrijvers bijeen en klaagden over de geringe publicatiemogelijkheden voor hun verhalen. Plots zei een van hen: dan creëren we die mogelijkheid toch zelf. Die uitspraak leidde er na heel wat avonden vergaderen uiteindelijk in februari 1993 toe dat het eerste nummer van De Buun gepresenteerd kon worden. De naam van het blad was heel bewust gekozen, het moest een podium zijn voor publicisten uit de regio Venlo.
Het eerste nummer van het kwartaalblad telde 32 pagina’s en bevatte onder meer artikelen over het toen nog in oprichting zijnde Limburgs Museum, computerkunst van de Tajiri’s en de fabrieksschoorsteen van de voormalige kleiwarenfabriek Canoy-Herfkens in Tegelen. Vanaf dat eerste nummer hebben redactie en bestuur verder gebouwd, steeds werd het blad beter, zowel qua inhoud als qua vormgeving. Een trend die kon worden voortgezet nadat het kwartaalblad in 1999 werd omgezet in een jaarboek. En ook bij u, de lezer, vielen blad en jaarboek in de smaak. Van het jaarboek 2002, dat liefst 216 pagina’s telde, vonden alle 750 exemplaren hun weg naar u toe.
Met dat uitverkochte jaarboek is het bestaansrecht wel bewezen, zo denken wij. De Buun – nog altijd vooral door onbetaalde vrijwilligers gemaakt – is meer dan alleen een podium voor amateur-historici en hobbyschrijvers geworden. We vertrouwen er dan ook op dat het voorliggende nieuwe jaarboek 2003, dat weer meer pagina’s telt en inhoudelijk nog gevarieerder is dan zijn voorganger, net zo in de smaak zal vallen.
Wanneer iemand ons nu zegt, dat we het nog tien jaar volhouden, is de kans dat we hem geloven een stuk groter dan in 1993.

De redactie

Buun 2002 is al weer het derde cultuur-historisch jaarboek voor Venlo, Blerick en Tegelen dat wordt uitgebracht. De redactie, en ook het bestuur van de stichting achter het jaarboek, is blij dat het elk jaar weer lukt. Want het is een niet geringe klus om steeds weer mensen te vinden die zich belangeloos inzetten voor het jaarboek. Mensen die er verhalen voor schrijven, foto’s voor maken of er de vormgeving van verzorgen.
Wie de drie jaarboeken op een rij legt, ziet dat ze steeds dikker en kleurrijker worden. Telde het jaarboek Buun 2000 nog slechts 136 pagina’s, Buun 2001 kwam al op 168 en het nu voor u liggende Buun 2002 heeft liefst 216 pagina’s. Het derde jaarboek telt dus tachtig bladzijden meer dan het eerste. Bovendien heeft het veel meer kleurenpagina’s, zodat het er beter uit ziet dan zijn voorgangers.
Ook inhoudelijk worden de jaarboeken naar de mening van de redactie steeds beter. De voor Buun zo vertrouwde mix van onderwerpen – van literatuur tot natuur, van popmuziek tot wielrennen en van film tot historie – is steeds verfijnder. De bijdragen worden diverser van stijl en variëren inhoudelijk al maar meer van speels tot serieus. Althans, de redactie denkt dat, het echte oordeel over de kwaliteit is natuurlijk aan u, de lezer.
Al die verbeteringen, uitbreiding van aantallen pagina’s en inzet van medewerkers voor het jaarboek zouden tot niets leiden als er geen sponsors waren. Zonder geldschieters zou dit jaarboek niet kunnen worden uitgegeven, althans niet voor de huidige prijs. Al die sponsors past daarom een woord van dank namens de makers en de lezers van Buun 2002. En heel speciaal gaat die dank uit naar Miep Tielen, de vrouw die elk jaar weer geldschieters ervan weet te overtuigen dat een bijdrage voor het jaarboek een goede investering is.
Medewerkers, sponsors en Miep, heel hartelijk dank!

De redactie

Het staat er zo vanzelfsprekend: Buun 2001. Alsof het niets bijzonders is dat er na het eerste jaarboek dat de redactie vorig jaar presenteerde, nu een nieuw exemplaar ligt. Voor de redactie is het dat wel, al was ze reeds voor de presentatie van Buun 2000 bezig met de opvolger daarvan.
Het in de steigers zetten van zo’n jaarboek begint wat aarzelend: een eerste staketsel wordt aangedragen, iemand houdt het vast en een ander besluit voor een dwarsplank te zorgen.Zo groeit langzaam het geraamte, maar het duurt lang voordat duidelijk wordt of het jaarboek een goede mix krijgt van onderwerpen en aandachtsgebieden en aan de kwaliteitseisen kan voldoen die de redactie zichzelf stelt. Het is juist dat deels onvoorspelbare dat het samenstellen van een jaarboek zo boeiend maakt. En dat het zo bijzonder maakt dat er nu toch weer een nieuw exemplaar ligt.
Buun 2001 is weer prachtig vormgegeven door Hélène Hermans en Harm Langenkamp, de twee mensen die al jaren voor het gezicht van tijdschrift en jaarboek zorgen. Ook dat is bijzonder. Want hoewel ze bijna nooit worden genoemd en de meeste eer naar de redactie gaat, blijven ze gewoon doorgaan.
Bijzonder is bovendien dat Buun 2001 meer pagina’s bevat dan zijn voorganger, meer artikelen van kleurenfoto’s zijn voorzien en de prijs toch is gedaald. Voor nog geen dertig gulden haalt u een jaarboek in huis met een scala van cultuurhistorische thema’s als literatuur, archeologie, kunst, toneel, fotografie, muziek en eten!
Maar of Buun 2001 echt bijzonder is, bepaalt u natuurlijk zelf.

De redactie

Buun 2000 – Natuurlijk is het even wennen voor u. De Buun heeft er in de zes jaar dat ze als kwartaalmagazine verscheen heel anders uitgezien dan het jaarboek dat u nu in handen houdt. Toch zult u snel merken dat het jaarboek net zo vertrouwd is als het blad. De mooie mix van onderwerpen is gebleven, net als de aandacht voor de fotografie en de vormgeving. Eigenlijk gaat het jaarboek verder waar het magazine ophield.
Het verschijnen van dit eerste jaarboek is ook een gepast moment om terug te kijken op de zes jaar dat De Buun als kwartaalmagazine verscheen. In die zes jaar verzorgde de redactie in samenwerking met een keurkorps van medewerkers 22 nummers, een dubbelnummer en drie extra uitgaven. Voorwaar geen geringe score. En dan hebben we het niet eens over de inhoud gehad. Die werd, zo hebben we van veel kanten gehoord, door de lezers zeer op prijs gesteld. Een abonnementenaantal van tussen de 400 en 500 en een totale oplage van 800 exemplaren per nummer onderstreept die waardering.
Die appreciatie is mooi, maar legt de redactie tevens de plicht op om met het jaarboek op dezelfde manier voort te gaan. Gelukkig is dat geen zware plicht. De redactieleden hebben plezier in hun werk en menen er in te zijn geslaagd een jaarboek te maken dat de kwaliteit van het magazine minstens evenaart.
Of dat echt zo is, bepaalt u. Veel lees- en kijkplezier.

De redactie